Kenmerken
Behoeften
Bloeiperiode
Eigenschappen
Correct planten
Vlinderstruik planten
De vlinderstruik maakt deel uit van de helmkruidfamilie en komt oorspronkelijk uit Centraal- en West-China. De wetenschappelijke naam “Buddleja” heeft de plant te danken aan de Engelse botanicus Adam Buddle terwijl “Davidii” verwijst naar Armand David, een Franse missionaris en tevens natuuronderzoeker die de vlinderstruik eind 19e eeuw naar Europa heeft gebracht. In onze contreien is de plant vooral terug te vinden is als tuinplant, maar je treft ze ook vaak aan in het wild, vb. langs spoorwegterreinen en op braakliggende terreinen.
De vlinderstruik kan je gemakkelijk herkennen aan zijn grote, langwerpige bloempluimen van 15 tot 30 cm groot die bestaan uit tientallen kleine bloemetjes. Van juli tot september kan je genieten van de prachtige witte, paarse of roze bloemen. Bij erg zonnig en warm weer is het zelfs mogelijk dat je vlinderstruik wat langer doorbloeit. De langwerpige, lancetvormige bladeren, die tot 25 cm lang kunnen worden, hebben een donkergroene bovenzijde. De opvallend wit-grijsachtige onderzijde is licht behaard en beschermt de plant tegen uitdroging.
De snelgroeiende struik kan - afhankelijk van de variëteit - 1 tot 3 meter hoog worden met lange takken die doorbuigen onder het gewicht van de elegante bloemen. De plant verspreidt een sterke, zoete honingachtige geur die onweerstaanbaar is voor vlinders en bijen.
Zoals de naam het doet vermoeden, werkt de vlinderstruik als ware vlindermagneet. De zoete, intense geur is al van op verre afstand waar te nemen en de suikerrijke nectar geeft de vlinders veel energie. Vlinders zorgen voor de bestuiving van de struik : het stuifmeel hecht zich vast aan de tong van de vlinders en wordt vervolgens meegenomen naar de volgende bloem waar het stuifmeel aan de stamper blijft kleven. Wist je trouwens dat ook honingbijen, hommels, wespen en tal van vliegen verlekkerd zijn op de nectar?
De Buddleja Davidii is de populairste vlinderstruik die bekend staat om zijn trosvormige bloemen. Hij groeit snel en is beschikbaar in verschillende kleuren :
| Soort Buddleja Davidii | Bloemkleur | Groeihoogte |
| Adonis Blue | Diepblauw tot paarsblauw | 150 - 200 cm |
| Black Knight | Donkerpaars tot koningsblauw | 200 - 250 cm |
| Blue Chip | Paarsblauw | 60 - 80 cm |
| Buzz Sky Blue | Lichtpaars tot hemelsblauw | 100 - 150 cm |
| Empire Blue | Lilablauw tot violetblauw | 200 - 300 cm |
| Nanho Blue | Lilablauw tot violetblauw | 100 - 150 cm |
| Nanho Purple | Dieppaars | 100 - 150 cm |
| Peacock | Dieppaars/blauw tot lilaroze | 100 - 150 cm |
| Pink Delight | Roze tot violetroze | 200 - 300 cm |
| Purple Emperor | Lichtblauw tot violetblauw | 100 - 150 cm |
| Royal Red | Paarsrood tot wijnrood | 200 - 300 cm |
| Summer Beauty | Roze tot paars | 150 - 250 cm |
| White Profusion | Wit | 150 - 250 cm |
Een vlinderstruik houdt van een warme, zonnige plek waar de plant kan genieten van minimum 6 tot 8 uur zonlicht per dag. Hoe meer zon de plant krijgt, hoe meer bloemen zich ontwikkelen. Hoe meer bloemen, hoe meer nectar er wordt geproduceerd en hoe meer vlinders er zullen verschijnen. Op half-schaduwrijke plaatsen zal de struik opmerkelijk minder bloeien. Kies voor een beschutte plaats, vb. tegen een zuidgeoriënteerde muur, waar de plant maximaal kan genieten van de warmte maar toch beschermd staat tegen de wind.
Plant de struik in een goed doorlatende, voedselrijke bodem die niet te vochtig is. Hoewel de struik weinig eisen stelt en zich heel goed kan aanpassen, is hij niet bestand tegen een langdurig natte ondergrond. Een zware kleigrond kan je eventueel vermengen met een portie zand om een lossere structuur te creëren en zo een goede drainage te bevorderen.
Een vlinderstruik wordt bij voorkeur in het vroege voorjaar (maart tot mei) aangeplant. Aanplanting in het najaar (september tot oktober) is eveneens mogelijk : de opgewarmde bodem zal de inworteling van de plant bevorderen.
Bij aanplanting in de volle grond graaf je een plantgat dat dubbel zo breed en zo diep is als de wortelkluit. Houd rekening met een plantafstand van 1 m tot 1,5 m. Dompel de kluit ongeveer 15 minuten in een emmer water om een optimale vochtreserve in de bodem te garanderen. Vermeng de uitgegraven grond met een bodemverbeteraar zoals COMPO Bodemverbeteraar Aanplantingen. Plaats de plant vervolgens in het plantgat en vul het gat op. Druk voorzichtig aan en geef rijkelijk water.
Het is mogelijk om een vlinderstruik in een pot aan te planten op voorwaarde dat je kiest voor een compacte dwergsoort zoals de Buddleja Davidii “Chip”- of Buddleja Davidii “Free Petite”-serie. Dergelijke varianten worden maximaal 80 tot 100 cm hoog. Bij aanplanting in pot is het belangrijk dat de bodem van de pot is voorzien van drainagegaten zodat overtollig water gemakkelijk kan weglopen. Zo vermijd je dat de plantenwortels gaan rotten. Kies een pot die minstens 5 cm groter is dan de kluit en bedek de bodem met COMPO Bio Granuplant Hydrokorrels voor een goede drainage. Vul aan met COMPO SANA Universele Potgrond en maak een plantgat. Dompel de wortelkluit even onder in een emmer gevuld met water en plaats de plant in de pot. Vul de pot vervolgens tot 1 cm onder de rand verder op met potgrond en geef rijkelijk water.
Correct verzorgen
Vlinderstruik verzorgen
De eerste weken na aanplanting in de volle grond raden we aan om de jonge planten regelmatig water te geven tot ze goed zijn ingeworteld. Reeds goed ingewortelde planten hoef je amper extra water te geven, tenzij tijdens lange periodes van hitte en droogte. Bij exemplaren in potten moet je wekelijks water geven. Zorg daarbij voor een goede afwatering zodat de wortels niet gaan rotten. Geef enkel water wanneer de bodem droog aanvoelt.
Om je vlinderstruik een goede start te geven, kan je in het vroege voorjaar (maart of april), wanneer de plant ontwaakt uit haar winterrust, bemesten met COMPO Bio Meststof Rozen & Bloeiende Planten. Zo ben je zeker van een prachtige bloei en diepgroene bladeren. Strooi de meststofkorrels aan de voet van de plant en hark ze lichtjes in. Geef vervolgens water.

Een vlinderstruik ontwikkelt bloemen op jonge scheuten. Om je plant gezond, compact en bloemrijk te houden, moet je dus gaan snoeien. Zoniet zullen de bloemen steeds hoger komen te zitten en zal de struik onderaan kaal worden. Snoei bij voorkeur in het vroege voorjaar (maart en april), wanneer het niet meer zo hard vriest. Knip daarbij de takken net boven een nieuwe scheut of een oog af. Bij een te hoge vlinderstruik kan je de plant inkorten tot 40-60 cm boven de grond. Als je merkt dat de stengels van je vlinderstruik te lang worden, kan je in juni opnieuw de snoeischaar bovenhalen om de stengels in te korten. Zo blijft de plant compact.
De Buddleja Davidii groeit heel snel en kan binnen de kortste keren naburige planten in de tuin overwoekeren en verdringen. Bovendien zaait de plant zich gemakkelijk uit, waardoor ze zich heel wijd kan verspreiden. Het is dus belangrijk om tijdig de uitgebloeide bloemen te verwijderen. Op die manier blijft je plant mooi en fris en zal je haar stimuleren om nieuwe knoppen te ontwikkelen. Knip enkel de uitgebloeide bloemstengel af tot aan het eerste bladpaar of de eerste vertakking eronder. In het late najaar kan je de uitgebloeide bloemen wel laten zitten. Deze zullen de plant tijdens de winter op natuurlijke wijze beschermen tegen vorst.
Opgelet : er zijn Buddleja-soorten die bloeien op takken die zich in het vorige seizoen hebben ontwikkeld zoals de Buddleja alternifolia en de Buddleja globosa. Snoei deze niet in de lente, anders knip je de bloemknoppen weg! We raden je aan om deze planten net na de bloei te snoeien.
De Buddleja Davidii is een winterharde plant die temperaturen tot -20°C doorstaat. Tijdens de winter kan je de bladverliezende struik dan ook zonder probleem in de tuin laten staan. Planten in potten moeten echter worden beschermd tegen vorst door de pot in noppenfolie in te wikkelen. Vermijd op beide locaties dat de plant in een te natte bodem staat.
Een vlinderstruik produceert enorme hoeveelheden zaden die via de wind ruim worden verspreid. In het voorjaar zal je de plant dan ook overal in de tuin terugvinden. Door de kruisbestuiving die op natuurlijke wijze plaatsvindt, lijken de zaailingen echter niet meer op de moederplant. Als je dit wilt vermijden, kan je stekken. Zo ben je zeker dat de nakomeling dezelfde bloemkleur en grootte heeft.
Je kan stekken in de vroege zomer met zachte stek (jonge tak) of na de bloei met een half-houtige stek. In beide gevallen is de werkwijze als volgt :
Het geelkleuren van de bladeren van je vlinderstruik wijst erop dat je plant stress heeft. Dit kan meerdere oorzaken hebben :
Tot slot raden we je aan om de gele bladeren weg te snoeien. Zo kan de plant zich volledig focussen op de ontwikkeling van nieuwe bladeren.
Hoewel de vlinderstruik een vrij robuuste plant is, wordt hij soms blootgesteld aan invloeden van buitenaf.
Bladluizen kunnen de jonge scheuten in het voorjaar aantasten waardoor de bladeren gaan krullen en er een plakkerige substantie (honingdauw) op de bladeren achterblijft. Ook spintmijten kan je bij droog en warm weer op je vlinderstruik aantreffen. Daarbij verschijnen zilverachtige of gele stipjes op de bladeren en kan je kleine spinnenwebben opmerken. Je kan de insecten met de tuinslang afspoelen en de plant eventueel behandelen met een biologische insectenbestrijder.
Als je merkt dat de bladeren en de scheuten bedekt zijn met een wit, poederig laagje, dan is je vlinderstruik meer dan waarschijnlijk aangetast door meeldauw. Deze ziekte ontwikkelt zich voornamelijk bij vochtig en koel weer doordat de plant niet voldoende kan opdrogen. Snoei de aangetaste delen meteen weg zodat er meer luchtcirculatie ontstaat. Bruine of zwarte vlekken op de bladeren wijzen op bladvlekkenziekte. Om te vermijden dat de ziekte zich kan verspreiden, moeten de afgevallen bladeren en aangetaste takken worden verwijderd.
Op zoek naar meer inspiratie voor een kleurrijke tuin?
De juiste producten voor de verzorging van je vlinderstruik