
Rozen zijn populaire planten in de tuin, maar ze staan bekend als zeer onderhoudsintensief. Dat komt niet in de laatste plaats door de ingewikkelde regels voor het snoeien. Maar geen zorgen: met een paar basisregels en de juiste snoeitechniek voor de verschillende rozensoorten wordt het snoeien van je rozen een fluitje van een cent. We leggen je op een begrijpelijke manier uit hoe je je rozen moet snoeien en waar je daarbij op moet letten, zodat je in de zomer kan genieten van prachtig bloeiende planten.
Ondanks de moeite loont het in meerdere opzichten de moeite om je rozenplanten terug te snoeien. Dit zal je plant namelijk stimuleren om krachtig te groeien en dit bevordert eveneens de gezondheid van de planten. Het snoeien van rozen is trouwens helemaal niet zo moeilijk, want hoewel er voor elke roosensoort verschillende technieken bestaan, is het doel altijd hetzelfde : een luchtige kroonvorm behouden. De ruimte die door het snoeien vrijkomt, zorgt voor meer licht en lucht voor nieuwe scheuten en zorgt ervoor dat de roos minder vatbaar is voor ziektes. Bovendien ontstaan er na het snoeien snel nieuwe bloemen, waardoor de roos er mooier uitziet.
Het juiste tijdstip
Rozen moeten bij voorkeur in twee stappen worden gesnoeid :

De belangrijkste basisregels
In principe geldt de regel dat je de rozenstengel altijd boven een naar buiten groeiende knop moet afsnijden. Plaats de snoeischaar zo dat je naar de knop toe snijdt, waarbij je ongeveer een halve centimeter boven de knop moet laten staan. Om te voorkomen dat de snijvlakken gaan rafelen, is het belangrijk dat je een scherpe rozenschaar gebruikt. Snijd de takken licht schuin af, zodat het water kan wegvloeien. Afhankelijk van het weer duurt het ongeveer vier tot zes weken voordat er uit de overgebleven knoppen weer nieuwe takken met bloemen uitlopen.
Verwijder bovendien de wilde scheuten van de roos. Wilde scheuten komen uitsluitend voor bij geënte rozen. Dergelijke edelrozen zijn namelijk als het ware op een wilde roos ‘geënt’. Daarom kan het gebeuren dat er onder de entplaats - de plek waar beide rozen aan elkaar zijn gegroeid - scheuten van de wilde roos groeien. Wilde scheuten herken je aan de vaak lichtere kleur en aan het feit dat ze zeven bladeren hebben, terwijl de edele scheut doorgaans slechts vijf bladeren vormt. Verwijder alle wilde zijscheuten, zodat de eigenlijke roos niet onnodig wordt verzwakt doordat belangrijke voedingsstoffen worden onttrokken. Maak hiervoor de wilde scheuten vrij en snoei ze zo dicht mogelijk bij de aanhechtingsplaats af.
Rozenogen zijn kleine plekjes op de takken waaruit nieuwe scheuten kunnen groeien. Je herkent ze aan kleine uitstulpingen. Soms is er ook een soort ring op de tak te zien.
1
Verwijder eerst de dode, zieke en zwakke takken. Snoei de resterende takken terug tot 4 - 7 ogen. Laat bij sterke takken wat meer lengte over. Zwakkere takken kort je sterker in, om zo de groei ervan te stimuleren. Snoei alle takken die ouder dan 4 jaar zijn vlak bij de basis af. De roos blijft hierdoor jong en gezond.
2
Grootbloemige rozen snoei je in principe op dezelfde wijze als perkrozen. Ze moeten echter wel sterker worden teruggesnoeid, namelijk tot 3 tot 5 ogen. Zo ontstaat een lichtdoorlatende, open kroon met sterke bloemen.
3
Struikrozen hebben als bijzonder kenmerk dat je ze niet hoeft te snoeien. Verwijder alleen kruisende en dode takken. Oude takken snoei je direct boven de grond af. Om nieuwe bloei te stimuleren, verwijder je bij meermaals bloeiende struikrozen de verwelkte bloeiwijzen. Bij eenmalig bloeiende struikrozen is dit niet nodig.
4
Ook bij klimrozen is er een verschil tussen meermaals en eenmalig bloeiende soorten. Verwijder bij eenmalig bloeiende klimrozen de dode, zieke en zwakke takken. Meervoudig bloeiende klimrozen worden daarentegen doorgaans twee keer per jaar gesnoeid : in het voorjaar wordt er flink teruggesnoeid en in de zomer, na de eerste bloei, worden uitgebloeide scheuten weggeknipt. Oudere klimrozen die aan de onderkant kaal zijn geworden, kunnen bovendien worden uitgedund of in het voorjaar radicaal worden teruggesnoeid.
5
Kleine struikrozen, zoals bodembedekkende rozen, worden beschouwd als bijzonder onderhoudsvriendelijk wat het snoeien betreft. Voor een dichte groei worden de scheuten in het voorjaar tot ongeveer de helft teruggesnoeid. Daarnaast snoei je ongeveer om de drie jaar, vóór het uitlopen, enkele oude hoofdscheuten weg. De kleine rozen kunnen snel en eenvoudig met een heggenschaar worden bijgewerkt; een even nauwkeurige snoei als bij andere soorten is niet nodig.
Niet alleen het snoeien is bepalend voor een krachtige, gezonde groei. Juist vóór de bloei moet de plant bovendien van voldoende voedingsstoffen worden voorzien. We raden je daarom aan om je roos in het voorjaar en in de nazomer of vroege herfst te bemesten.
Voor de eerste bemesting is bijvoorbeeld een langwerkende meststof geschikt, zoals de COMPO Bio Meststof Rozen & Bloeiende Planten. Deze puur organische natuurlijke meststof heeft dankzij het aandeel van 50% schapenwol een natuurlijke onmiddellijke en langdurige werking. De voedingsstoffen uit de schapenwol worden langzaam en geleidelijk aan gedurende meerdere maanden aan de planten afgegeven. Zo worden je rozen tot wel 5 maanden van voedingsstoffen voorzien. Bovendien heeft de meststof een bijzonder goed watervasthoudend vermogen.
In de loop van het jaar moet je stoppen met bemesten. Wat je verder nog in de gaten moet houden bij het bemesten, lees je in ons artikel "Rozen correct bemesten“.
Door te bemesten voorkomt je overigens ook schimmelziekten. Vooral bij droog, zonnig weer met nachtelijke dauwvorming of bij verkeerde bewatering kan er echter ondanks alle inspanningen af en toe echte meeldauw ontstaan. Als ook jouw roos is aangetast, vind je hulp in het artikel „Echte meeldauw bij rozen bestrijden : 5 tips“.
Producten voor de verzorging van je rozen