|
HERKOMST:
Hooggebergte Noord-China, Himalaya, Europese Alpen, Japan,
Balkan, sommige soorten vinden hun oorsprong in
Noord-Amerika
STANDPLAATS:
Rododendrons groeien graag in een heel luchtige, zand- en
leemachtige humusbodem met zure of licht zure pH-waarde (pH 4,5 tot
5,2). Bovendien moet de bodem licht zijn en eerder vochtig zijn met
een minimum aan voedingsstoffen. Rododendrons hebben een half
schaduwrijke plaats nodig, bv. onder bomen met diepe wortels (eik,
lork, pijnboom – niet in het oosten of zuiden).
BEGIETEN:
Het begieten van de planten is zeer belangrijk als ze op een
zonnige en hete plaats staan. De bladeren kunnen naar onder
krullen, om de verdamping te verminderen. Deze groenblijvende plant
moet ook tijdens de winter begoten worden (bij aanhoudend droog en
zonnig weer). Waterophopingen moeten vermeden worden.
|
|
 |
 |